Delivery Schip Cherokee - Offshore Yacht Charter
de Levithian/Cherokee in Aguadulce
Het begin
In augustus 2008 hebben Laura en ik een prachtig schip in Aguadulce (Spanje) gekocht en daarmee ons bedrijf Offshore Yacht Charter opgericht. Het schip was oorspronkelijk genaamd de Leviathan, maar heeft van ons een nieuwe naam gekregen: de Cherokee.
Hieronder volgt een kort verslag van de reis die ik heb gemaakt vanuit Spanje toen ik het schip in september 2008 ging ophalen. Het ging om een delivery, waarbij ik vanwege onbetaald verlof en omdat september als stormseizoen geldt voor de Golf van Biskaje veel haast had. Daarom voeren we 's nacht ook door, weer of geen weer.
De charterreizen die we met Offshore Yacht Charter gaan aanbieden zijn heel anders, want daarbij hebben we geen haast. Tijdens deze zeilreizen het is echt vakantie en kunnen we beter inspelen op de natuurlijke elementen, zoals weer en wind, waardoor het zeilen comfortabeler en leuker zal zijn.
Aguadulce
In de ochtend van 9 september 2008 vertrekken Lourens en ik vanaf Rotterdam Centraal met de trein naar Brussel Airport. Hoewel dit een redelijk makkelijke reis is met maar weinig stops, laat Lourens bij elke overstap wel iets liggen. Desondanks moeten we in Brussel nog heel wat bij betalen voor de extra reisbagage. We hebben aardig wat spullen bij ons en alleen de zeekaarten wegen al 15 kilo.
het vertrek uit Spanje
Als we aan het einde van de middag aankomen in Aguadulce (Spanje) is het 30°C en moeten we nog een heel eind met onze bagage sjouwen om aan boord te kunnen, dit is zeker geen pretje.
Bij de taxatie was er al weinig aan boord, maar de vorige eigenaar heeft bij zijn vertrek ook alle borden, pannen, bekers en bestek meegenomen, dus nu is er echt helemaal niks meer aan boord. De volgende dag gebruiken we om het schip voor te bereiden voor de reis naar Nederland. Rond een uur of 7 vertrekken we dan.
In de Middellandse Zee bij de Straat van Gibraltar heb je of oosten- of westenwind en doordat de Middellandse Zee sneller opdroogt dan dat hij wordt bijgevuld met rivierwater, stroomt er altijd Atlantisch oceaanwater naar binnen. Dat betekent dus tegenstroom in de Straat van Gibraltar.
We lijken geluk te hebben met de wind en kunnen zeilend richting de Straat van Gibraltar, de zon gaat onder achter de bergen en de lichtjes langs de kust gaan aan. Helaas heb ik zelf ook iets achtergelaten in de trein, namelijk het fototoestel van mijn vriendin en ik kan dus geen foto's maken. Met de zon gaat ook de wind onder en dus gaan we op de motor verder.
De volgende dag doen we een paar pogingen om te zeilen bij variabele wind, de momenten dat we kunnen zeilen loopt het schip lekker. Als de wind zich meer stabiliseert blijft deze voornamelijk uit het westen waaien. Met de stroom tegen gaat het veel te lang duren om op te kruisen en omdat we haast hebben wordt het dus motoren bij een knobbelige zee.
Straat van Gibraltar
een mooie avondlucht
Als we 's nachts onder de kust van Gibraltar komen wordt het eindelijk rustiger. In de Straat zelf wordt het zelfs windstil, bij een volle maan is het erg mooi om te kijken naar Gibraltar en Spanje aan de de noordkant en Marokko aan de andere kant. Ik had verwacht dat het erg druk zou zijn en daarom zijn we met z'n tweeën aan dek. We hebben kort voor de Straat moeten wijken voor een tanker die ons niet gezien had, maar daar blijft het bij.
De volgende ochtend als we kort voor zonsopgang om Tarifa (de zuidelijkste punt van Spanje) heen varen, wordt het alsnog plotseling druk met vissersschepen. We korten de route een stuk af door achter een ondiepte langs te varen en gaan bunkeren en filters wisselen in Barbate.
Barbate blijkt een vreselijk oord, maar heeft wel een goede supermarkt. In deze hitte verbruiken we meer drinkwater dan we gedacht hadden, dus we kopen extra water en verse broodjes. Het brood in Spanje is lekker, maar niet lang houdbaar, na een dag kun je er een ruit mee ingooien. Het is weer behoorlijk warm en tot onze verbazing komt er een Spanjaard hardlopend voorbij in een donkere winterjas.
Drie uur na vertrek uit Barbate stopt de motor ermee, net als we om de volgende (en voorlopig laatste) ondiepte heen zijn. We proberen de motor te ontluchten, maar krijgen de lucht er niet uit. Inmiddels is het wel gaan waaien en kunnen we zeilen, de wind is helaas nog steeds tegen, net als de stroming. 's Nachts neemt de wind toe en uiteindelijk lopen we met ruim 8 knoop recht op Portimão (Portugal) aan, waar nog twee bemanningsleden aan boord zullen komen, namelijk de vader van Lourens en een vriend van hem.
Portimão
de Cabo São Vicente
25 mijl voor Portimão is de wind op, we doen een nieuwe poging om de motor te ontluchten, helaas zonder succes. Toevallig komt er een groot jacht aan gevaren, we onderscheppen ze en krijgen een sleep naar de haven. Het uitzicht vanuit Portimão is erg mooi. Zandstrand met een klif en rotsen, bewaakt door een klein kasteel. Het avondlicht legt er een mooie gloed overheen en het is een leuk gezicht met alle bootjes die er voor anker liggen.
Jasper, een oude vriend, komt binnengezeild met een schoener. Omdat hij hier al een paar jaar woont, helpt hij ons de volgende dag aan een Nederlandse monteur die de motor repareert en we mogen zijn auto lenen voor de boodschappen. Dit is wel een auto met gebruiksaanwijzing, je moet namelijk de deur open doen om te kunnen starten.
Tussendoor heb ik gelukkig nog tijd om met mijn oma af te spreken die in Silves woont, een heel mooi oud dorpje tegen een berghelling met daarboven op de ruïne van een Moors kasteel. Toevallig is ook mijn oom op bezoek met zijn vriendin en het is erg gezellig op het terras.
Nadat we een pizza hebben gegeten vertrekken we richting La Coruña, er staat een stevige bries, maar dat is normaal voor dit tijdstip, het enige is dat de wind niet afneemt zoals normaal, maar juist toeneemt. Hierdoor besluiten we om Lagos aan te lopen, want om in het donker met die wind Cabo São Vicente te ronden, lijkt ons niet verstandig. Columbus heeft er tenslotte ook eens heen moeten zwemmen, nadat zijn schip daar gezonken was.
De volgende dag vertrekken we weer vol goede moed. September is eigenlijk een slecht jaargetijde om naar Nederland te varen, de kans op storm in de golf van Biscaje is groot en langs de Portuge kust overheerst de 'Nortada' ook wel bekend als de 'Portugese Noord' die dus naar de windrichting verwijst. Wij hebben geluk, het is prachtig weer, helaas weinig wind en het beetje wat er staat is helaas noord. Omdat we niet willen wachten op een zuidwestelijke depressie profiteren we van het weer en we leggen bijna het hele stuk naar La Coruña af op de motor.
La Coruña
nog even rustig weer
Mijn vader belt dagelijks de weerberichten door en hoewel we nu weinig wind uit het noordwesten hebben vertelt hij dat er die avond bij Cabo Finnisterre noord oost 6 tot 7 zal staan. Hier spelen we op in door vlak langs de kaap te varen, want nadat we de kaap ronden moeten wij naar het noordoosten en zo kunnen we heel wat hoogte winnen.
De wind neemt inderdaad toe als we om de vuurtoren van Cabo Finnisterre heen varen, het is verleidelijk om bij deze noordenwind zeil te zetten, maar als de wind om de hoek dan noord oost wordt, zit je dus helemaal in de verkeerde hoek en ook nog vlakbij de shippinglane. We passeren een Frans jacht en deze trapt er toch in, uiteindelijk komt hij 6 uur later in La Coruña aan dan wij.
aankomst in La Coruña
Het is bijzonder mooi en ook vrij zeldzaam dat we zo dicht langs de rotsen kunnen varen. Er zijn meerdere kapen met vrij diepe baaien langs deze 'Costa da Muerte' (kust van de dood).
We maken diepe slagen deze baaien in om hoogte te winnen en beschutting tegen de golven te zoeken. Uiteindelijk moeten we toch naar buiten de zee op en dit wordt een beetje wild, steile golven en inderdaad windkracht 6 tot 7. Aan het einde van de nacht breekt de babystag, gelukkig is het ergste voorbij en lopen net bij schemering La Coruña aan. Als we aangelegd hebben komt de zon op.
Het is een behoorlijke tegenstelling om van een wilde zee een stad aan te lopen en daar in complete rust aan te leggen bij zonsopgang, het maakt het ontwaken van La Coruña en de afsluiting van deze etappe extra mooi. Zelf gaan we eerst een uurtje slapen.
Golf van Biscaje
het sfeervolle Camaret sur Mer
Een paar uur later vertrekken we weer, er wordt voor de hele week wind uit het noordoosten voorspeld en hij nu is tijdelijk oost. We varen hoog aan de wind de Golf in en schieten lekker op. De volgende ochtend draait de wind n.o. en kunnen we Finnisterre (het westelijke puntje van Bretagne heet ook zo, waarschijnlijk doordat beide kapen gekoloniseerd zijn door Kelten) niet meer aanzeilen.
Weer een dag later neemt de wind toe en moeten we erg ons best doen om ons door de steile golven heen te worstelen, tijdens de buien waait het behoorlijk. Hoewel het hard werken is en het schip af en toe zwaar stampt, weten we toch goed vooruitgang te boeken.
's Nachts begint het zo hard te tochten dat ik de genua op een gegeven moment helemaal weghaal, omdat ik bang ben dat deze kapot zal waaien. We liggen nu bij en de snelheid is er uit. We liggen wel een stuk rustiger en langzaam verlijeren we de Golf in. De aflossing van de wacht zet later toch de genua weer bij, maar helaas doordat ze vergeten op te loeven gaan we vanaf dat moment dus heel hard de verkeerde kant op!
De volgende ochtend zijn we terug bij af, de 'peuken' zijn ook nog op. Als niet-roker vind ik dit niet erg, maar de bemanning des te meer en ze willen terug naar La Coruña of naar Bilbao.... Gelukkig worden er nog tien 'peuken' gevonden en de onvrede is voorbij. Als we na vier dagen in totaal Camaret sur Mer (vlak onder Brest) aanlopen, gaat de bemanning van boord en ga ik een klein stuk alleen verder.
Het Kanaal
bij Camaret sur Mer
Camaret sur Mer is erg leuk, er is weinig te doen, maar de sfeer is typisch Bretons. Gezellige oude huisjes en een lange boulevard van restaurants en pubs langs de baai. Bij de oude werf is een echt scheepskerkhof, waar grote vissersschepen met een noodgang de kant zijn opgevaren en tijd en getijde het sloopwerk doen.
Het getijverschil is enorm en het water is glashelder, vanaf de steiger kan ik zeesterren zien met bijna een halve meter doorsnede. Ik lig vlak achter het schip de Pappillon van twee Nederlanders die al een paar jaar op reis zijn. Bij een nadere kennismaking bij hun aan boord is het erg gezellig en ik krijg veel goede tips.
Na twee dagen vertrekken we net na zonsopgang om optimaal van de vloedstroom te profiteren. Het is rustig weer en ik vaar door de geul tussen Ile de Ouessant en het vasteland. Tijdens het eten van een stokbrood met kruidenboter met daarbij een kop sterke koffie is het fantastisch zeilen langs de mooie rotskust.
slecht weer op komst
Door de stroming gaan we bijna 8 knoop, dus we schieten lekker op. Tegen de avond krijg ik gezelschap van een eenzame dolfijn die komt spelen. 's Nachts is de wind op en het is berekoud. Er is geen maan en om me heen is het helemaal zwart. Het lukt me niet om wakker te blijven, dus ik doe korte slaapjes van 15 minuten, gelukkig heb ik een radar aan boord.
De volgende dag krijg ik boven Alderney (het noordelijkste kanaaleiland) de volle stroom tegen en ik ga nog maar anderhalve knoop, ondanks dat de motor erg zijn best doet. Uiteindelijk loop ik net na zonsondergang Cherbourg binnen, eindelijk kan ik echt gaan slapen.
Cherbourg
De volgende avond komt mijn vader aan boord om het laatste stuk mee naar Nederland te varen. Hij is zelf net met zijn schip de Stella Maris uit de Oostzee gekomen en heeft een paar dagen tijd. Nadat hij een lange dag in de trein achter de rug heeft, vertrekken we meteen in het donker, want er is slecht weer voorspeld.
de kustlijn van Dover
We hebben harde stroming mee en we gaan rond de 9 knoop. Het slechte weer komt echter eerder dan voorspeld en de volgende dag speren we zwaar gereefd door het Kanaal met af en toe zware regenbuien, waarbij de zee wordt platgeslagen. Het schiet wel lekker op, van de golftoppen af gaan we soms wel 14 knopen.
We zien echter een probleem aankomen, de wind is namelijk westelijker dan voorspeld, waardoor de Nederlandse kust dus lagerwal is geworden en waardoor er daar zware brekers zullen staan. Het Kanaal ligt ook vol ondiepe bankjes en we hebben bij één zo'n bankje al een breker in de kuip gehad, waardoor m'n vader nu helemaal doorweekt is.
We hebben af en toe 42 knopen wind op de teller, dit is windkracht 9 in vlagen, het is een spectaculair gezicht als we Kaap Gris Nez naderen, maar echt leuk is het niet meer, op grote afstand zien we de golven hoog opspatten tegen de kust. We besluiten naar Dover te gaan om op beter weer te wachten.
de krijtrotsen bij Dover
Dover
Bij Dover moeten we wachten op de ferry's om naar binnen te mogen, als we eindelijk binnen de golfbrekers zijn is het nog even zoeken waar we precies heen moeten, want het is inmiddels donker en er staat hier nog een harde stroming.
We zijn blij als we afgemeerd hebben, want de wind wordt er niet minder op. Het is erg jammer dat er nu nog geen kachel aan boord is, maar de warme douche van de Marina is geweldig. De volgende dag blijven we na het raadplegen van het weerbericht nog maar even in de haven liggen, helaas wordt er nog slechter weer voorspeld, een restant van hurricane 'Laura' wordt verwacht.
Dover zelf is erg leuk en gezellig, de ferry's varen af en aan en het dorpje zelf is typisch Engels. Boven op de krijtrotsen is een enorm kasteel en vanuit de haven kunnen we Frankrijk zien.
Nederland
het vertrek uit Dover
Het nadeel dat het slechte weer eerder kwam, heeft als voordeel dat het ook eerder voorbij is. Vrijdagmiddag heeft de wind even een adempauze, waardoor we in precies 24 uur naar Dinteloord kunnen varen. Onderweg is er weinig wind, het weerlicht overal om ons heen. Achter de 'Noordhinder' liggen zoveel handelsschepen voor anker dat het wel een stad lijkt.
We gaan bij de Roompotsluizen naar binnen over de Oosterschelde, we moeten even wat snelheid inhouden, want de aanloop is onverlicht. Bij zonsopgang lopen we Nederland aan, het lijkt een warm onthaal te worden met een inktzwarte lucht en onweer, maar we komen er goed vanaf met een klein beetje regen.
Als we aan het einde van de middag in Dinteloord aankomen ligt daar een oude bekende, het schip de 'Duva'. Hier heb ik zes jaar geleden als zetschipper op gevaren in de omgeving van de Canarische Eilanden. Sindsdien heb ik het schip ook niet meer gezien, ze is groen uitgeslagen en zwaar verwaarloosd. Het blijkt dat ze aan de ketting ligt, omdat de nieuwe Italiaanse eigenaar in de gevangenis zit.
's Avonds komen Laura en Marianne aan boord om ons op te halen, we eten eerst nog aan boord en proberen het met kaarsjes warm te krijgen. Na drie en een halve week zit de reis erop. In Dinteloord gaan we de mast eraf halen en daarna gaan we naar Waalwijk om de Cherokee te verbeteren voor het varen met gasten.
Jouke Lemmers, schipper Cherokee

